Collectie boomgaard

Sticht­ing Land­schaps­be­heer Zeeland

project  “Oude Fruitrassen”.

Het project heeft als doel het behoud van his­torische Zeeuwse rassen. Bin­nen het project wordt onder­zoek gedaan naar welke rassen er nou typ­isch Zeeuws zijn en waar deze rassen nog voorkomen. Naast deze inven­tarisatie wor­den van bomen enten oculeer­hout geknipt en zo wor­den nieuwe bomen geënt dan wel geoculeerd.”

Aan de noordz­i­jde van de Groene Knoop en te oosten van de Zwarten­hoekse Zeesluis is er een col­lec­tieboom­gaard met ver­schil­lende hoogstam­fruit­bomen waaron­der spe­ci­aal opgek­weekte oude rassen uit het Sticht­ing Land­schaps­be­heer Zee­land — project.

Zoete Kroon
Oor­sprong: In 1870 als natu­urlijke zaail­ing­boom gevon­den te Noord­broek in Gronin­gen door S.H. brouwer.
Vorm: Mooi van uiter­lijk, iets breder dan hoog, tamelijk klein, vooral bij oud­ere bomen.
Kleur: Goudgeel met roodgestreepte blos.
Bes­tu­iv­ing: Zelf­bes­tu­iv­end. Of bijvoor­beeld door Bloe­mee­zoet.
Smaak: Vruchtvlees is geel­wit, soms wat glazig. Fijnzoet.

Notaris-appel
Oor­sprong: Wellicht bek­end­ste appel van ons land. In tweede helft van de vorige eeuw gek­weekt door notaris Joh. H. Th. W. van den Ham uit Lun­teren. Het ras werd vooral geteeld in Utrecht en de Betuwe.
Vorm: Tamelijk groot. Enigszins onregel­matig. Wat hoger dan breed van vorm. Na tijdje liggen, duidelijk wat vet­tige schil.
Kleur: Licht­groen. Bij rijpheid geel­groen met lichtrood gestreepte blos.
Bes­tu­iv­ing: Niet zelf­bes­tu­iv­end. Altijd aan­planten met andere rassen die als bes­tu­iv­ers kun­nen fun­geren.
Smaak: Vruchtvlees is ste­vig, saprijk, aro­ma­tisch en zachtzuur.

Kweepeer
De Kweepeer is eigen­lijk geen peren ras, maar een aparte fruit­soort. Wel behoort deze vrucht tot dezelfde fam­i­lie als de peer.
Beschri­jv­ing: De kweepeer is een aparte fruit­soort, dus eigen­lijk geen (peren)ras. Het ras behoort wel tot dezelfde planten­fam­i­lie als o.m. de appel, peer, pruim en kers. Ze is echter een buiten­been­tje. In de eerste plaats vormt ze geen echte boom, maar een struik. Daar­naast zijn haar vruchten zelfs bij rijpheid kei­hard en uiterst wrang van smaak. Het zijn dus geen hand­vruchten. De kweepeer wordt vooral aange­plant van­wege de sier­waarde.
Oor­sprong: Afkom­stig uit de Kauka­sus en is via de Romeinen in ons land gekomen. Het ras wordt veel gek­weekt in Cen­traal Azië, Afghanistan, Syrië, Turk­ije en het noor­den van Iran. Er zijn in Europa ca. 200 rassen bek­end.
Kleur: Goudgeel tot licht kaneel­bruin.
Smaak: Wrang, kei­hard, alleen geschikt voor gelei en marme­lade. De vrucht bevat veel vit­a­mine A en C en ook waarde­volle min­eralen.
Pluk­tijd: Beste tijd is eind okto­ber.
Toepass­ing: Geen hand­vrucht, maar zeer geschikt voor heer­lijke gelei of marmelade.

foto’s en tekst San­dra Dobbe­laar en Denis v.d. Zalm